Tot de 20ste eeuw zaaiden boeren hun graan breedwerpig op de grond met de hand. In het begin van de 20ste eeuw leerden boeren dat het zaaien van zaden met een machine in rijen betekende dat ze minder zaden nodig hadden en veel meer oogst kregen. Vanwege de verbeterde oogsttechnieken steeg de het kiemingspercentage van het zaaizaad en het was niet meer nodig om breedwerpig te zaaien. De oorzaak van deze hogere productie is dat bij het zaaien in rijen het licht van de zon dieper tussen de rijen schijnt waardoor ook de blaadjes die lager zitten licht krijgen. Op deze manier gaan die bladeren niet dood aan een tekort aan licht en blijven ze assimileren. Het assimilatieoppervlak van de planten is daardoor groter en de productie capaciteit neemt toe.
Met bomen merken we dat de technieken van het planten zijn gebaseerd op dezelfde oude technieken als van de boeren in de 19e eeuw: het willekeurig planten van een hoge hoeveelheid jonge boompjes per hectare. Dit gebeurt omdat de slagingskans van planten met de traditionele methode laag is. Door meer bomen te planten dan nodig is, hoopt de planter om nog steeds een 100% bedekking van het gebied te hebben. Als na een paar jaar teveel bomen het hebben overleefd wordt een deel van deze bomen weggehaald. Dit systeem is prijzig en niet efficiënt: ten eerste worden er teveel bomen geplant omdat de slagingskans onzeker is en daarna moet er nog een deel weggehaald worden omdat ze met elkaar concurreren wat een lagere opbrengst veroorzaakt.
Met de Groasis waterboxx gaat de slagingskans van het planten omhoog naar vrijwel 100%. Dat betekent besparingen op plantmateriaal en besparingen op plantwerk en werk achteraf. De kosten van de waterboxx worden vrijwel betaald door deze besparingen waardoor hij kostenneutraal is.
De bovenkant van een bos dat geplant is volgens de traditionele methode ziet eruit als een bergachtig gebied.
Dit effect kan je makkelijk nakijken op het volgende plaatje en in het bomen aantal excel document.
In de berekening vergelijken we een hectare geplant op 7 x 7 meter resulterend in 196 bomen en een hectare met bomen geplant op 7 x 14 meter resulterend in 98 bomen.
In beide berekeningen hebben de bomen een hoogte van 15 meter. De bomen geplant op het gebied van 7 x 7 meter hebben hun bladeren verloren tot op 11 meter hoogte, waardoor er nog 4 meter overblijft met bladeren. Beide kanten van de boom zijn bedekt. Dit resulteert in een assimilatieoppervlak van 11200 m2. De bomen geplant op het gebied van 7 x 14 meter hebben hun bladeren verloren tot 3 meter hoog, waardoor er nog 12 meter met bladeren overblijft. Ook hier zijn beide zijden van de bomen bedekt. Dit resulteert in 16800 m2 aan assimilatieoppervlak.
Dit betekent dat een hectare geplant met rijen met 50 % minder bomen (= 50 % minder plant kosten) resulteert in een 50% hoger bladoppervlak wat weer lijdt tot een 50% hogere biomassa productie.
Natuurlijk kunnen we deze techniek niet gebruiken als we bomen nodig hebben waarmee we balken willen zagen. Maar als in de toekomst meer hout wordt gebruikt om biomassa te produceren voor papier, biobrandstof, chipplaten, meubels etc. dan kan deze nieuwe plant methode veelbelovend zijn.
Tijdens een bezoek aan de botanische tuin in Quito Ecuador heb ik geleerd dat de oorspronkelijke bewoners van Zuid Amerika een methode hadden ontwikkeld om hun opbrengst te verhogen: ze zaaiden twee zaadjes op één plaats. Omdat de kiemkracht ratio van oude rassen niet zo hoog is als van moderne rassen, kon het gebeuren dat slechts 60% ontkiemde na het zaaien. Als ze maar één zaadje zouden zaaien, kan dit leiden tot 40% blootgelegd gebied. Ik zag ook dat ze de zaadjes een beetje verder uit elkaar plantten dan normaal, maar niet twee keer zo breed. Ik concludeerde dat ze via deze methode hogere zekerheid van opbrengst creëerden en tot 50% meer biomassa. In de derde foto kan je zien dat een van de twee zaden niet ontkiemt, maar door de gevolgde methode is er nog steeds een plant. Kijk naar de afbeeldingen om de resultaten te zien. Deze methode inspireerde me tot de ontwikkeling van de acht-vorm opening in het midden van de waterboxx.
Tijdens mijn studie naar bomen heb ik gemerkt dat twee bomen geplant als een tweeling meer dan 50% meer biomassa produceren op dezelfde plek dan een enkele boom. Op de afbeeldingen hieronder laat ik verschillende voorbeelden zien van plaatsen waar ik toevallig een enkele boom en een TwintreeTM heb gevonden die tegelijkertijd bij elkaar in de buurt waren geplant. Ik vond ook een aantal voorbeelden van ‘multiple bomen’ naast de enkele bomen. Je kan de volgende plaatjes bekijken en het positieve effect zien van de TwintreeTM of ‘multiple trees’.
Bekijk de afbeeldingenHet is duidelijk dat in ieder geval op de plaatsen waar ik een TwintreeTM heb gevonden er meer biomassa wordt geproduceerd. Ik veronderstel dat het mogelijk is dat door een TwintreeTM te planten in een systeem met rijen, de biomassa per hectare misschien kan verdubbelen ten opzichte van de hedendaagse plant methoden. Om te controleren of er een TwintreeTM effect is zal Aquapro in 2010 beginnen met plantproeven volgens deze methode in Spanje met een programma van 5 jaar in 5 verschillende plaatsen.
De Groasis waterboxx biedt de mogelijkheid om een, twee of drie bomen te planten per box. Als je de bomen individueel wilt planten, biedt de waterboxx je de mogelijkheid om een slagingskans van bijna 100% te bereiken. Je kan er ook voor kiezen om de kleinste van de 2 geplante zaden of bomen na een jaar weg te snoeien. Dit resulteert in positieve massa selectie die je de mogelijkheid biedt om door te gaan met de sterkste van de twee. Daarbuiten kan je ook proeven doen met het TwintreeTM plantmethode om te controleren of er inderdaad een positief effect is op de productie van biomassa met de TwintreeTM.
